Home – Kennisbank – Tenenlopen bij kinderen
Veel kinderen lopen een periode op hun tenen. Vaak gaat het vanzelf over, maar soms zit er iets anders achter of wordt de kuit zo stijf dat het lastig wordt om nog normaal af te wikkelen. In dit artikel lees je wanneer je het kunt aankijken en wanneer het slim is om ernaar te laten kijken.
Tenenlopen is normaal in de eerste maanden nadat een kind leert lopen. Het hoort grotendeels te verdwijnen rond het tweede levensjaar. Loopt je kind daarna nog steeds standaard op de tenen, dan is het verstandig om er eens naar te laten kijken.
Beginnende lopers zoeken naar balans. Op de tenen lopen geeft meer gevoel en meer controle, en veel kinderen wisselen die maanden af tussen plat lopen, tenenlopen en huppelen. Zodra het lopen automatischer wordt, verdwijnt dat vanzelf.
Geschat wordt dat ongeveer 1 op de 20 kinderen langer op de tenen loopt dan gebruikelijk. Het komt iets vaker voor bij jongens dan bij meisjes.
| Leeftijd | Tenenlopen |
|---|---|
| Eerste maanden na leren lopen | Normaal, hoort erbij |
| Tot ongeveer 2 jaar | Neemt af, wisselt af met plat lopen |
| Na 2 jaar, structureel | Laat het beoordelen |
| Altijd, aan één kant, of het lukt niet meer plat | Laat het op korte termijn beoordelen |
Het onderscheid dat er echt toe doet is of je kind niet plat wíl lopen of niet plat kán lopen. In het eerste geval is het een gewoonte, in het tweede geval zit er een beperking in de beweeglijkheid van de enkel.
Dit kun je thuis observeren:
Wie voortdurend op de tenen loopt, gebruikt de kuitspier en de achillespees nooit over hun volle lengte. Die worden daardoor korter, en hoe korter ze worden hoe moeilijker plat lopen wordt. Zo houdt het patroon zichzelf in stand. Op langere termijn kan dat klachten geven aan voeten, knieën en rug.
Bij de meeste kinderen wordt geen onderliggende aandoening gevonden. Dat heet idiopathisch tenenlopen: het is een aangeleerd en volgehouden looppatroon. Toch is het belangrijk om andere oorzaken uit te sluiten, omdat die een andere aanpak vragen.
Dat je kind op de tenen loopt betekent dus niet automatisch dat er iets ernstigs aan de hand is. Het betekent wel dat het de moeite waard is om te weten wélk soort tenenlopen het is.
We beginnen met een loopanalyse en een onderzoek van de beweeglijkheid, kracht en balans. Daarmee bepalen we of het om een gewoonte gaat of om een beperking, en of doorverwijzing nodig is.
Een eerste afspraak bestaat meestal uit:
Bij idiopathisch tenenlopen richten we ons op twee dingen tegelijk: de kuit en enkel weer soepel maken, en het brein een nieuw looppatroon aanleren. Alleen rekken werkt zelden, want de gewoonte blijft dan bestaan.
In de praktijk gebruiken we onder meer:
Blijkt de beweeglijkheid van de enkel echt te beperkt, dan kan een arts aanvullende behandelingen overwegen zoals een spalk, gips of in uitzonderlijke gevallen een ingreep. Die trajecten lopen altijd via de huisarts, kinderarts of revalidatiearts. Wij werken daarin samen en zorgen dat de oefentherapie erop aansluit.
Lees ook wat we doen voor peuters van 2 tot 4 jaar en kinderen van 4 tot 12 jaar.
Maak in elk geval een afspraak of bespreek het met je huisarts als je een of meer van deze dingen ziet:
Voor kinderfysiotherapie heb je geen verwijzing nodig; je kunt rechtstreeks een afspraak maken. Twijfel je of het nodig is? Bel gerust even, dan kijken we samen of een afspraak zinvol is.
Bij kinderen zonder onderliggende aandoening verdwijnt tenenlopen bij ongeveer vier van de vijf kinderen vanzelf vóór het tiende jaar. Is de kuitspier of achillespees al verkort, dan is spontaan herstel onwaarschijnlijk en is oefentherapie nodig.
Als een kind na zijn tweede verjaardag nog structureel op de tenen loopt, is het verstandig het te laten beoordelen. Eerder ingrijpen is nodig wanneer het maar aan één kant gebeurt of wanneer plat lopen niet meer lukt.
Schoenen met een stevige hielkap kunnen ondersteunen, maar lossen het patroon zelden op. Het effect komt vooral van oefentherapie waarin beweeglijkheid, kracht en het aanleren van een nieuw looppatroon samen worden aangepakt.
Tenenlopen komt vaker voor bij kinderen met autisme of ADHD. Het is op zichzelf geen aanwijzing voor een diagnose: de meeste kinderen die op hun tenen lopen hebben geen ontwikkelingsstoornis.
Dat verschilt sterk. Bij jonge kinderen met een soepele enkel zien we vaak binnen enkele weken verandering. Is de kuit al langere tijd verkort, dan duurt het langer en werken we in blokken met oefeningen voor thuis ertussen.
Kinderen tot 18 jaar krijgen per kalenderjaar 18 behandelingen (kinder)fysiotherapie vergoed uit de basisverzekering, zonder eigen risico. Met een aanvullende verzekering komen daar behandelingen bij.
Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026. Dit artikel is algemene voorlichting en vervangt geen persoonlijk advies van een arts of kinderfysiotherapeut.