HomeKennisbank – Tenenlopen bij kinderen

Tenenlopen bij kinderen: wanneer is het onschuldig en wanneer niet?

Veel kinderen lopen een periode op hun tenen. Vaak gaat het vanzelf over, maar soms zit er iets anders achter of wordt de kuit zo stijf dat het lastig wordt om nog normaal af te wikkelen. In dit artikel lees je wanneer je het kunt aankijken en wanneer het slim is om ernaar te laten kijken.

8 minuten lezen Voor ouders van kinderen van 1 tot 12 jaar Geschreven door Team KidsMove
Kind balanceert op gekleurde balansschijven tijdens een oefening bij de kinderfysiotherapeut

In het kort

  • Bijna alle kinderen lopen even op hun tenen als ze net leren lopen. Rond het tweede jaar hoort dat grotendeels verdwenen te zijn.
  • Naar schatting loopt 1 op de 20 kinderen langer op de tenen dan gebruikelijk.
  • Bij kinderen zonder onderliggende aandoening verdwijnt het bij vier van de vijf vanzelf vóór hun tiende.
  • Belangrijkste vraag is niet óf je kind op de tenen loopt, maar of het ook plat kán lopen. Lukt hakken op de grond niet meer, dan wordt de kuit te kort.
  • Loopt je kind na het tweede jaar nog structureel op de tenen, of loopt het aan één kant? Laat er dan naar kijken.

Tenenlopen: wat is normaal en wat niet?

Tenenlopen is normaal in de eerste maanden nadat een kind leert lopen. Het hoort grotendeels te verdwijnen rond het tweede levensjaar. Loopt je kind daarna nog steeds standaard op de tenen, dan is het verstandig om er eens naar te laten kijken.

Beginnende lopers zoeken naar balans. Op de tenen lopen geeft meer gevoel en meer controle, en veel kinderen wisselen die maanden af tussen plat lopen, tenenlopen en huppelen. Zodra het lopen automatischer wordt, verdwijnt dat vanzelf.

Geschat wordt dat ongeveer 1 op de 20 kinderen langer op de tenen loopt dan gebruikelijk. Het komt iets vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

LeeftijdTenenlopen
Eerste maanden na leren lopenNormaal, hoort erbij
Tot ongeveer 2 jaarNeemt af, wisselt af met plat lopen
Na 2 jaar, structureelLaat het beoordelen
Altijd, aan één kant, of het lukt niet meer platLaat het op korte termijn beoordelen

De belangrijkste vraag: kan je kind ook plat lopen?

Het onderscheid dat er echt toe doet is of je kind niet plat wíl lopen of niet plat kán lopen. In het eerste geval is het een gewoonte, in het tweede geval zit er een beperking in de beweeglijkheid van de enkel.

Dit kun je thuis observeren:

  • Vraag je kind bewust op de hakken door de gang te lopen. Lukt dat vlot?
  • Kijk hoe je kind loopt als het ergens op af rent, of als het moe is. Verdwijnt het tenenlopen dan of juist niet?
  • Laat je kind door de knieën zakken met de voeten plat op de grond. Komen de hakken los?
  • Kijk of het aan beide kanten hetzelfde is. Tenenlopen aan één zijde vraagt altijd om beoordeling.

Waarom een korte kuit lastig is

Wie voortdurend op de tenen loopt, gebruikt de kuitspier en de achillespees nooit over hun volle lengte. Die worden daardoor korter, en hoe korter ze worden hoe moeilijker plat lopen wordt. Zo houdt het patroon zichzelf in stand. Op langere termijn kan dat klachten geven aan voeten, knieën en rug.

Welke oorzaken kunnen erachter zitten?

Bij de meeste kinderen wordt geen onderliggende aandoening gevonden. Dat heet idiopathisch tenenlopen: het is een aangeleerd en volgehouden looppatroon. Toch is het belangrijk om andere oorzaken uit te sluiten, omdat die een andere aanpak vragen.

  • Een verkorte kuitspier of achillespees. Soms aangeboren, vaker het gevolg van jarenlang tenenlopen.
  • Verhoogde spierspanning. Bijvoorbeeld bij een milde vorm van spasticiteit.
  • Spier- of zenuwaandoeningen. Zeldzaam, maar reden om alert te zijn wanneer een kind ook vaak valt, moeite heeft met opstaan van de grond of achteruitgaat in wat het kan.
  • Prikkelverwerking en ontwikkeling. Tenenlopen komt vaker voor bij kinderen met autisme of ADHD, mogelijk doordat het extra houvast geeft in het gevoel van de voeten.
  • Verschil tussen links en rechts. Eenzijdig tenenlopen kan wijzen op een neurologische oorzaak en hoort altijd beoordeeld te worden.

Dat je kind op de tenen loopt betekent dus niet automatisch dat er iets ernstigs aan de hand is. Het betekent wel dat het de moeite waard is om te weten wélk soort tenenlopen het is.

Wat doet de kinderfysiotherapeut bij tenenlopen?

We beginnen met een loopanalyse en een onderzoek van de beweeglijkheid, kracht en balans. Daarmee bepalen we of het om een gewoonte gaat of om een beperking, en of doorverwijzing nodig is.

Een eerste afspraak bestaat meestal uit:

  1. Vraaggesprek. Wanneer is het begonnen, gaat het door in alle situaties, zijn er andere dingen die opvallen, en hoe is de ontwikkeling verder verlopen?
  2. Loopanalyse. We kijken hoe je kind loopt, rent, start en stopt, en of het patroon verandert bij verschillende ondergronden of schoeisel.
  3. Lichamelijk onderzoek. Beweeglijkheid van de enkel met gestrekte en gebogen knie, spierlengte, kracht, balans en houdingscontrole.
  4. Conclusie en plan. Meestal starten we direct met behandeling. Zien we aanwijzingen voor een onderliggende oorzaak, dan adviseren we je om ook naar de huisarts of kinderarts te gaan.

Wat helpt tegen tenenlopen?

Bij idiopathisch tenenlopen richten we ons op twee dingen tegelijk: de kuit en enkel weer soepel maken, en het brein een nieuw looppatroon aanleren. Alleen rekken werkt zelden, want de gewoonte blijft dan bestaan.

In de praktijk gebruiken we onder meer:

  • Rek- en mobiliteitsoefeningen voor kuit en achillespees, in spelvorm zodat je kind ze volhoudt.
  • Krachtoefeningen voor de voetheffers en de spieren rond enkel en heup.
  • Balans- en voetgevoeloefeningen, bijvoorbeeld op wisselende ondergronden, blote voeten en balansmateriaal.
  • Looptraining met feedback, waarbij je kind leert voelen en zien wanneer de hak de grond raakt.
  • Oefeningen voor thuis, kort en dagelijks, plus tips voor schoeisel en spel.

Blijkt de beweeglijkheid van de enkel echt te beperkt, dan kan een arts aanvullende behandelingen overwegen zoals een spalk, gips of in uitzonderlijke gevallen een ingreep. Die trajecten lopen altijd via de huisarts, kinderarts of revalidatiearts. Wij werken daarin samen en zorgen dat de oefentherapie erop aansluit.

Lees ook wat we doen voor peuters van 2 tot 4 jaar en kinderen van 4 tot 12 jaar.

Wanneer schakel je hulp in?

Maak in elk geval een afspraak of bespreek het met je huisarts als je een of meer van deze dingen ziet:

  • Je kind is ouder dan twee jaar en loopt nog steeds vrijwel altijd op de tenen.
  • Plat lopen of op de hakken lopen lukt niet of nauwelijks meer.
  • Het tenenlopen is er alleen aan één kant.
  • Je kind klaagt over pijn in kuit, voet, knie of rug.
  • Je kind valt veel, is snel moe bij lopen of blijft achter bij leeftijdsgenoten.
  • Het tenenlopen is nieuw of neemt toe, terwijl het eerder minder was.

Voor kinderfysiotherapie heb je geen verwijzing nodig; je kunt rechtstreeks een afspraak maken. Twijfel je of het nodig is? Bel gerust even, dan kijken we samen of een afspraak zinvol is.

Veelgestelde vragen

Groeit tenenlopen er vanzelf uit?

Bij kinderen zonder onderliggende aandoening verdwijnt tenenlopen bij ongeveer vier van de vijf kinderen vanzelf vóór het tiende jaar. Is de kuitspier of achillespees al verkort, dan is spontaan herstel onwaarschijnlijk en is oefentherapie nodig.

Vanaf welke leeftijd is tenenlopen zorgelijk?

Als een kind na zijn tweede verjaardag nog structureel op de tenen loopt, is het verstandig het te laten beoordelen. Eerder ingrijpen is nodig wanneer het maar aan één kant gebeurt of wanneer plat lopen niet meer lukt.

Helpen speciale schoenen tegen tenenlopen?

Schoenen met een stevige hielkap kunnen ondersteunen, maar lossen het patroon zelden op. Het effect komt vooral van oefentherapie waarin beweeglijkheid, kracht en het aanleren van een nieuw looppatroon samen worden aangepakt.

Kan tenenlopen te maken hebben met autisme?

Tenenlopen komt vaker voor bij kinderen met autisme of ADHD. Het is op zichzelf geen aanwijzing voor een diagnose: de meeste kinderen die op hun tenen lopen hebben geen ontwikkelingsstoornis.

Hoelang duurt een behandeltraject?

Dat verschilt sterk. Bij jonge kinderen met een soepele enkel zien we vaak binnen enkele weken verandering. Is de kuit al langere tijd verkort, dan duurt het langer en werken we in blokken met oefeningen voor thuis ertussen.

Wordt dit vergoed?

Kinderen tot 18 jaar krijgen per kalenderjaar 18 behandelingen (kinder)fysiotherapie vergoed uit de basisverzekering, zonder eigen risico. Met een aanvullende verzekering komen daar behandelingen bij.

Team KidsMove Kinderfysiotherapie
Team KidsMoveKinderfysiotherapeuten in Haarlem. Wij begeleiden kinderen van 0 tot 18 jaar bij bewegen, motorische ontwikkeling en zelfvertrouwen.

Laatst bijgewerkt op 12 augustus 2026. Dit artikel is algemene voorlichting en vervangt geen persoonlijk advies van een arts of kinderfysiotherapeut.

Loopt je kind op de tenen en twijfel je?

Meld je aan, wij nemen vrijblijvend contact op

Heb je een vraag of twijfel je of kinderfysiotherapie past bij jouw kind Laat je gegevens achter en we denken graag met je mee.